Terug

Als een patiënt zijn eigen naam niet meer kan zeggen?

12 oktober 2026
4 min
Als een patiënt zijn eigen naam niet meer kan zeggen?

Woorden kwijt? De mens blijft. Dat is het thema van de Week van de Afasie 2026. Een boodschap die juist voor professionals in de huisartsenzorg relevant is. Want wanneer iemand moeite heeft met praten of een gesprek nauwelijks kan volgen, ligt een misverstand al snel op de loer. Terwijl achter die haperende woorden nog altijd dezelfde persoon zit.

Lucky kan het niet meer vertellen wie hij is

Stel je voor: je weet precies wat je wilt zeggen, maar de woorden komen niet. Een telefoongesprek voeren, een boodschap doen of deelnemen aan een gesprek wordt ineens een enorme opgave. Voor ruim 30.000 mensen in Nederland is dit volgens AfasieNet dagelijkse realiteit. Zij leven met afasie, een taalstoornis die ontstaat door niet-aangeboren hersenletsel, bijvoorbeeld na een beroerte, ongeluk of hersentumor.

Een van hen is Lucky.

Na zijn hersenletsel raakte hij zijn woorden kwijt. Zelfs zijn eigen naam kan hij niet meer uitspreken. Hij kan anderen daardoor niet meer op de gebruikelijke manier vertellen wie hij is. Maar zijn persoonlijkheid is er nog steeds. Lucky heeft nog altijd zijn geschiedenis, talenten, humor en eigen karakter. Zoals AfasieNet het treffend omschrijft: zijn persoonlijkheid is niet verdwenen; de taal waarmee hij zichzelf aan de wereld laat zien, is beschadigd. En precies daar zit een belangrijke boodschap voor iedereen die in de huisartsenzorg werkt.

Betekent niet dat je het niet begrijpt

In de huisartsenpraktijk speelt communicatie voortdurend een rol. Aan de telefoon met de assistent, tijdens de triage, aan de balie, in de spreekkamer of bij begeleiding door de praktijkondersteuner. Bij iemand met afasie kan zo'n alledaags contact ineens bijzonder ingewikkeld worden. Dat kan ook invloed hebben op hoe iemand wordt gezien. Wie niet gemakkelijk antwoord geeft, naar woorden zoekt of een vraag niet goed onder woorden kan brengen, kan anders overkomen dan hij of zij werkelijk is.

Het verhaal van Piet (72), dat AfasieNet eveneens deelt, maakt dat duidelijk. Hij kreeg elf jaar geleden een beroerte en leeft sindsdien met afasie. Zijn hoofd is helder, maar soms laten de woorden hem in de steek. Omdat afasie niet altijd zichtbaar is en nog relatief onbekend kan zijn, ontstaan misverstanden en onbegrip. Zijn vrouw Ellen zegt daarover: “Dat onbegrip doet bijna meer pijn dan de afasie zelf.”

Een gesprek waarin woorden niet vanzelf komen

Voor een zorgprofessional zit de uitdaging dan niet alleen in wat iemand zegt, maar ook in de ruimte die je iemand geeft om zich uit te drukken. Niet te snel invullen. Niet automatisch aannemen dat iemand iets niet begrijpt omdat een antwoord uitblijft. Tijd geven. Goed kijken naar non-verbale communicatie. En waar nodig zoeken naar een andere manier om een vraag te stellen of informatie over te brengen.

Juist in de huisartsenzorg kan die bewustwording verschil maken. Een patiënt met afasie komt immers niet alleen met vragen die met de afasie te maken hebben. Ook deze patiënt komt bij de huisarts voor alledaagse gezondheidsvragen en heeft daarbij behoefte aan goede, gelijkwaardige communicatie.

Woorden kwijt? De mens blijft

Van 10 tot en met 17 oktober organiseert AfasieNet de Week van de Afasie. Het thema van dit jaar is ‘Woorden kwijt? De mens blijft!’ Daarmee vraagt de organisatie aandacht voor iets wat in het verhaal van Lucky heel tastbaar wordt: iemand met afasie blijft dezelfde persoon, met hobby's, dromen, relaties, talenten en een eigen karakter. Alleen het vermogen om dat met taal aan anderen te laten zien, kan ingrijpend zijn veranderd. Misschien is dat wel de belangrijkste gedachte om mee te nemen naar de volgende patiënt bij wie de woorden niet vanzelf komen:

Kijk niet alleen naar wat iemand niet meer kan zeggen. Blijf kijken naar de mens die iets probeert te zeggen.

Reageer op dit artikel

Kom werken in de zorg
als physician assistant

Klaar in 1 minuut Helemaal gratis

Mail icon